Noem mijn naam

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
Laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min

De laatste regels uit het gedicht van Neeltje Maria Min raken de kern van het boek dat Daan Westerink samen met Marinus van den Berg schreef, met teksten voor en over (groot-)ouders van een overleden kind. Het boek verscheen op 24 september 2016 bij uitgeverij Adveniat, onder de bezielende begeleiding van Leo Fijen. Het boek bevat ook troostende gedichtend die deskundigen als Manu Keirse, Claire van den Abbeele, Johan Maes, Riet Fiddelaers-Jaspers en Jan Kerkhof Jonkman uitzochten. Marinus van den Berg en Daan Westerink schreven zelf ook nieuwe gedichten voor deze bundel.

Het is belangrijk dat ouders en grootouders ondersteund worden door een betrokken omgeving, die contact blijft zoeken en de namen blijft noemen van de kinderen, groot en klein, die gemist blijven worden. Daardoor blijven zij aanwezig, worden de sporen van de liefde voor overleden zonen en dochters zichtbaar. Maar niet alleen de namen van overleden kinderen mogen genoemd blijven worden door de omgeving. Noem mijn naam roept ook op om broers, zussen, ouders, grootouders, vrienden, partners van overledenen aan te spreken. Daan Westerink vertaalt dat als ‘kom bij me langs, pak mijn hand, neem me mee.’
Juist in tijden van verlies heb je je vertrouwde omgeving zo nodig. Nabestaanden willen gezien worden, aangesproken worden, gehoord worden. Kom dus dichterbij, voel je uitgenodigd, wees niet bang of voorzichtig. Je aanwezigheid is zo gewenst. Het is jammer als door misverstanden families en vrienden uit elkaar groeien en door onmacht of conflicten het contact verwatert, of definitief verbroken wordt.
Het gaat er niet om wat je zegt tegen ouders van een overleden kind (en de eventuele grootouders en broertjes of zusjes), het gaat er om dat je er bent.

Deel dit artikel